Voorgeschiedenis
Met dank aan de heer Jan Tuinman.
De jaren dertig
De eerste poging om in Marssum een
voetbalclub van de grond te krijgen vond
plaats in het begin van de jaren 30 van de
vorige eeuw.
In het dorpsgebied was geen terrein
beschikbaar, maar wel op Ritsumasyl, een
“útbuorren” van Marssum. Aan een boerderij
werden doelpalen bevestigd en het daar
tegenaan gelegen weiland werd benut als
speelveld.
Van de daar gespeelde wedstrijden ontbreekt
informatie. Dát de mannen voetbalden blijkt
onder meer uit de Bildtse Courant van 14
oktober 1932; er staat een vooraankonding in
van de vriendschappelijke wedstrijd Quick 2
(Quick was de voorloper van v.v. St. Anna) –
Marssum 1. De Bildtse Courant van 11
November 1932 kondigt weer een
vriendschappelijke wedstrijd aan: Quick 2 –
v.v. “De Eendracht” uit Marssum. Het betrof
hier beide keren een zondagwedstrijd;
uitslagen of verslagen ontbreken. Ook is
hier niet bekend hoeveel jaren uiteindelijk
werd gevoetbald.
1946
De provincie Fryslán was vóór deze tijd niet
dik bezaaid met voetbalclubs. Dat veranderde
na de 2e wereldoorlog; overal in den lande,
maar ook buiten Nederland, rezen de clubs
als paddestoelen de grond uit. Marssum bleef
niet achter. Op maandag 29 april 1946 werd
in café Van der Laan tot oprichting van een
voetbalclub besloten. Op een perceel
weilandin het Marssumer Aldlân werd getraind
en werden wedstrijden gespeeld. In 1947 werd
besloten de vereniging op te heffen, omdat
het draagvlak te smal was geworden.
De jaren vijftig
Van 1947 tot eind jaren vijftig bleef het
voetbal-stil in Marssum. De dorpsgenoten die
voetbalden deden dat in Dronrijp of
Leeuwarden. Het maatschappelijke leven in de
jaren 50 zag er vanzelfsprekend wat anders
uit dan hedentendage. Er waren in het dorp
amper televisietoestellen te bekennen, bijna
geen bromfietsen, in de wijde omgeving
behalve Leeuwarden geen bars, dancings of
discotheken, voor de meeste werknemers was
er een 48-urige werkweek.
Kinderen moesten zaterdags nog naar school.
Geen CD-, MP3 of DVD-spelers, geen
computergames; in plaats daarvan de
eenvoudige pick-up/ platenspeler.
Het minimum loon bestond nog niet en de
uitkeringen waren navenant, met als gevolg
dat er mensen in de knoei kwamen. De
plaatselijke schooljeugd hield zich bezig
met schoolpleinkaatsen, fierljeppen,
landveroveren, hoepen, hinkelen, steltlopen,
knikkeren, krullebollesykjen en dergelijke
zaken. Een aanvankelijk kleine groep jongens
vond dit nog niet genoeg en trapte af en toe
een balletje. Dat was dan niet direct na
schooltijd, want de meesten moesten eerst
thuis nog klusjes doen zoals houtkappen voor
de kachel en naar de winkels om
boodschappen.
Na verloop van tijd ontstond er een min of
meer vaste groep voetballers die de naam
A.T.T.O. aannam. Er werd veel gespeeld, ook
in andere dorpen. Meestal was de fiets het
vervoermiddel.
Als er in Marssum werd gevoetbald dan
gebeurde dat op diverse locaties, waar men
vaak halverwege de wedstrijd werd
weggejaagd. Het speelveld was nogal eens een
weiland met greppels, waardoor er soms
fabelachtige technieken werden aangeleerd.
De dagelijkse plunje werd aangewend om als
doelpalen te fungeren.
Bij onderlinge partijtjes kozen bij
toerbeurt twee knapen hun teamgenoten. Als
de éne partij een speler minder dan de
andere had, mocht de eerste partij spelen
met een ”vliegend kiep”. Niet altijd was er
een scheidsrechter aanwezig of gewenst, men
loste het zelf wel op. Desondanks geen
knokpartijen in het veld.
Dat was ook de tijdsgeest: er was geen
sprake van gejaagdheid in het leven van
alledag, het ”wij-gevoel” bestond, de
ik-maatschappij was nog niet uitgevonden.
Kon het materiaal niet best worden genoemd –
de voetbalschoenen, voorzover aanwezig,
waren keihard en lomp, de ballen konden
inderdaad bruine monsters worden genoemd -,
het team had wél een uniform zachtgeel shirt
met een zwarte verticale baan over de rug en
borst. Dat hadden zij niet zelf bestuiverd,
maar was verzorgd door een wereldwijd
bekende dorpsgenoot.
Ook dit voetbaltijdperk duurde slechts
enkele jaren, zij het iets langer dan de
vorige. Oorzaak: te weinig spelers. Dat kwam
doordat de oudsten, 16 jaar of ouder , een
baan kregen. In de zestiger jaren was het
heel gebruikelijk om op je 16e of 17e jaar
aan het werk te gaan. Daarnaast namen enkele
12- tot 16-jarigen afscheid omdat ze hun
handen vol hadden aan het maken van huiswerk
van het voortgezet onderwijs.
Tel daarbij op dat er weinig nieuwe aanwas
kwam en je hebt het resultaat: te weinig
spelers voor een compleet team.
Na de A.T.T.O. -periode werd er in Marssum
tot ver in de jaren 60 amper georganiseerd
gevoetbald. Dat kon voor een deel worden
toegeschreven aan de opkomst van een geheel
nieuwe jongerencultuur met zijn nieuwe
normen en waarden en het ontstaan van een
zekere welvaart. Het was, meer dan anders,
de tijd van het generatie-conflict en de
ontwikkeling van emancipatie- en
vredesbewegingen. Uitspreken als “Johnson
moordenaar” (vanwege de deelname van Amerika
aan de Viëtnam-oorlog) en “het is de schuld
van het kapitaal” (vanwege de door het
kabinet afgekondigde loonstop) dateren van
die tijd. Het waren ook de jaren van de
Beatles en Rolling Stones, van de provo’s,
hippies, minirokjes, flower power en van
maanlandingen, om maar wat te noemen.
In 1968 en 1969 vonden enkele liefhebbers
het (niet) welletjes en probeerden een
draagvlak te creëren voor en voetbalclub.
Uiteindelijk leidde dat er toe dat er voor
20 april 1970 een vergadering werd
uitgeschreven met het voorstel tot
oprichting van een voetbalclub. Deze
vergadering werd georganiseerd onder de vlag
van “Sportvereniging S.S.S.” (later
“Vereniging van Sportbelangen te Marssum”),
dat was de overkoepelende organisatie over
de toen bestaande plaatselijke
sportverenigingen. De aanwezigen stemden met
het voorstel in en benoemden Tjalling Algra,
Johannes Bouma, Johan Koning, Jelte Veltman
en Harm Wilkens tot bestuursleden.
Blijkens de, niet ondertekende,
aantekeningen van de bijeenkomst werd
voorlopig gekozen voor zaterdagvoetbal in
plaats van zondagvoetbal. Dat besluit was
gebaseerd op twee argumenten: ten eerste
vanwege de geloofsovertuiging en ten tweede
omdat er voor zaterdagvoetbal een minder
aantal leden nodig was, namelijk 2 elftallen
en 35 leden tegenover zondagvoetbal met als
eisen 3 elftallen en 50 leden.
Men wilde de mogelijkheid onderzoeken van de
aanschaf van een houden clubgebouw, waarvoor
een investering van zo’n ? 22.500,00 (ruim
€10.000) nodig was. Verder werd vastgesteld
dat er al doelpalen aanwezig waren en er nog
ballen, doelnetten, hoekvlaggen,
grensrechter-vlaggen, touw en een kalkwagen
moesten worden aangeschaft. Ook werd
vastgesteld dat het niet zeker was of de
gemeente een krediet zou verstrekken.
Als trainer werd Jan Bakker te Menaldum
voorgesteld, terwijl Sietze Dijkstra en
Feico Wiersman als elftalcommissie zouden
fungeren. Het verzorgen van het veld kwam
voorlopig in handen van het bestuur. Een
belangrijk agendapunt, namelijk het
vaststellen van een seniorenelftal, kon niet
worden gerealiseerd. Dat was het gevolg van
het feit dat daarvoor te weinig potentiële
leden op de vergadering aanwezig waren.
Afgesproken werd dat zeven persoenen de boer
op zouden gaan om voldoende mensen op papier
te krijgen. De contributie werk bepaald op ?
1,00 (€ 0,45) per maand voor 10- tot en met
15-jarigen, de 16- en 17-jarigen betaalden ?
2,00 (€ 0,90) per maand en vanaf 18 jaar ?
3,00 (€ 1,35). Leden die ’s avonds voor
ontspanning wilden voetballen droegen
daarvoor ? 1,50 (€ 0,68) per maand af.
Over de clubkleuren werd summier
gerapporteerd: een blauw shirt en een witte
broek. Enkele dagen later werd er in een
ledenbrief gemeld dat het shirt blauw moest
zou zijn met in het midden een witte baan en
een witte broek en blauwe kousen. Pas veel
later werk bekend gemaakt dat de banen van
het shirt verticaal zouden zijn en de kleur
van de kousen geheel blauw, dus zonder
witboord.
Er werden twee wedstrijden vastgesteld op 5
mei, bevrijdingsdag, één voor junioren en
één voor senioren. Van de opgestelde spelers
werden lijsten gemaakt die vervolgens werden
opgehangen bij café Cor Postma (“Het Grauwe
Paard”) en herenkapper Robert van Wieren.
Jammergenoeg ontbreken verdere gegevens over
die dag. De trainingsavonden werden
voorlopig bepaald op donderdag voor de
junioren en op vrijdag voor de senioren.
Uit het vorenstaande kan wel worden afgeleid
dat het bestuur in een korte tijd een enorme
hoeveelheid werk voor de kiezen kreeg. Men
hoefde dit overigens niet helemaal alleen te
doen, want er was op bepaalde punten
ondersteuning van de “Sportvereniging S.S.S.”.
Die vereniging beschouwde de voetbalclub als
een afdeling van haar organisatie en zo
opereerde het op 20 april 1970 gekozen
bestuur ook. Als het voetbalzaken betrof dan
werd de correspondentie ondertekend met
“namens het bestuur van de Sportvereniging
S.S.S., de secretaris afdeling voetbal”. Dat
de “afdeling voetbal” in feite een
zelfstandige vereniging met een eigen
bestuur was, kwam pas jaren later weer
bovendrijven. Dat kon uiteindelijk na veel
juridische haken en ogen wel worden
vastgesteld, evenals de grote risico’s die
de bestuursleden inmiddels hadden gelopen.
Het is al even genoemd: in korte tijd kreeg
het betuur een hoop werk te verstouwen. Er
werk voortvarend gewerkt. Al een week na de
oprichtingsvergadering vroeg de secretaris
aan het College van B&W om een startkapitaal
beschikbaar te willen stellen voor onder
meer een was- en kleedgelegenheid, een
veldafrastering, een oefenhoek, een
lichtinstallatie, doenetten, hoekvlaggen en
een kalkwagen. Enige weken later melden B&W
dat het verzoek niet kon worden gehonoreerd
vanwege de daaruit voortvloeiende
consequenties. Zijn wijzen erop dat een
afzonderlijk kleedgebouw niet noodzakelijk
is omdat daarvoor de toekomstige was- en
kleedgelegenheid in het dorpshuis kan worden
benut. Voor de andere wensen verwijst het
College naar de mogelijkheden van de
Sporttoto en gemeentelijke
sportsubsidieregeling.
De club heeft op dat moment dus een
financieel probleem. Dat is echter niet het
enige probleem. Zo was er ook een juridisch
probleem. De K.N.V.B. meldde op 8 Juli 1970
dat de vereniging onder de naam
“Sportvereniging Sport Staalt Spieren 1968”
(“S.S.S. ‘68”) tot de afdeling Friesland zou
worden toegelaten, echter onder de
voorwaarde dat vóór 1 september 1970 de
erkenning als rechtspersoon zou zijn
aangevraagd. Let wel: hier werd dus niet
gesproken over “voetbalvereniging” of
“afdeling voetbal”.
Vanaf die juli-dag volgde er een langdurige
juridisch getint heen en weer geschrijf.
Daarbij betrok het bestuur steeds de
onjuiste stelling dat zij opereerde als
“afdeling voetbal” van de “Sportvereniging
S.S.S.”. immers, de zogenoemde “afdeling
voetbal” had onder meer een eigen bestuur,
bepaalde zelf het beleid, had een eigen kas,
een eigen administratie, een eigen
jaarvergadering en was daarmee een
zelfstandige organisatie. Doordat dit niet
was onderkend, werd de datum 1 September
1970 niet gehaald. Het bestuur slaagde er
niet in om dit traject in orde te maken.
Een volgend bestuur vond dat er wél sprake
was van een zelfstandige vereniging met al
zijn rechten en zijn plichten. Zij zette de
eerste- en tweede secretaris op de klus, die
na veel “studeren” en veel correspondentie
met diverse organisaties er in resulteerde
dat op 17 April 1975 de erkenning als
rechtspersoon alsnog werd verkregen. Tot dan
hadden de besturen grote risico’s gelopen,
met name het risico om persoonlijk
aansprakelijk te kunnen worden gesteld.
Na het constateren van deze feiten lijkt het
goed om een goed moment om een vraag in de
het eerste aflevering (sectie 1) te
beantwoorden. De vraag namelijk waarom de
club “S.S.S.‘68” heet en niet “S.S.S.’70”.
Daarover waren verschillende meningen. Een
mening was dat dat was afgeleid van het feit
dat de toenmalige Sportvereniging S.S.S.,
die toen nog niets met voetbal van doen had,
op 14 juni 1968 Koninklijke Goedkeuring had
verkregen. Een andere gedacht was dat voor
1968 was gekozen omdat toen de eerste
pogingen om een voetbalclub op poten te
zetten waren ondernomen. Weer anderen
schreven het toe aan het feit dat in Marssum
in het jaar 1970 een korfbalclub werd
opgericht met de naam “S.S.S.’70”; het
jaartal 1970 was dus al bezet. Feit is
echter dat uit het verenigingsarchief blijkt
dat de toevoeging “68” niet door het
clubbestuur is aangebracht, maar door de
K.N.V.B. Die schrijft namelijk in haar brief
van 8 juli 1970 dat de verening werd
geregistreerd als “Sportvereniging Sport
Staalt Spieren 1968 (SSS’68)” en “het jaar
van de oprichting” werd toegevoegd omdat
reeds meerdere verenigingen met de naam “S.S.S.”
in de K.N.V.B.-registratie voorkwamen. Zij
legde dus een relatie met de al bestaande
Sportvereniging S.S.S.. Feit is ook dat dit
onderwerp in meerdere besturen aan de orde
is geweest, maar men nooit aanleiding zag om
eventuele naamswijzing formeel aan de orde
te stellen.
Om te kunnen voetballen en trainen is het
natuurlijk wel handig dat er een voetbalveld
en een oefenveld zijn, maar ook een was- en
kleedgelegenheid is dan wel aan te bevelen,
terwijl je zonder ballen ook niks begint.
Welnu, bij de start van de eerste competitie
lag er al een goed speelveld en een
oefenhoek klaar. Op die oefenhoek was het
wel erg zwaar trainen, want die bestond
geheel uit zand. Middelen als ballen,
doelnetten, hoekvlaggen en dergelijke waren
er ook wel. Maar… was- en kleedgelegenheid
was er nog niet en dat was vanzelfsprekend
nog al lastig. Als noodoplossing werd
daartoe een directiekeet geplaatst. Een
noodoplossing, want er zaten geen douches in
en er was geen ruimte voor twee teams
tegelijk.
Bij het tot stand komen van het dorpshuis in
1971, kon –zoals de gemeente al had
geschreven – van de kleedgelegenheid daar
gebruik worden gemaakt. Dit gebruik duurde
tot in 1972 toen er inmiddels
kleedgelegenheid en w.c. op het sportterrein
aanwezig waren. Daarmee leken de grootste
problemen opgelost. Het bestuur had echter
over een aantal zaken nog wel haar
bedenkingen. Zij vroeg de Sportvereniging
S.S.S., optredend als intermediair, om de
gemeente hier op aan te spreken. Zo vond zij
dat het veld regelmatiger gemaaid en gerold
moest worden en er mollen verwijderd zouden
moeten worden. Verder vroeg het bestuur om
met het inzaaien van de doelgebieden niet te
wachten. “tot het gras een halve meter hoog
was” en “drijfzand” in één van de doelen
moest worden voorkomen.
Dit alles had tot resultaat dat in september
1973 het oefenveld werd bewerkt, door 40 cm
grond uit te graven en dit vervolgens te
vullen met blauw zand.
Het heeft even geduurd, maar in 1977 is het
tweede speelveld gereed; het mag na de
winterstop 1977/1978 in gebruik worden
genomen. Dit tweede speelveld was dringend
noodzakelijk omdat er dat seizoen negen
teams van start waren gegaan. Op 28 februari
1978 meldt de gemeente dat bij de bevoegde
instanties vergunning is gevraagd voor
uitbereiding van de kleedaccommodatie. In de
herfst van 1979 is er zelfs de door velen
gewenste kantine.
Na een aantal jaren zwoegen lijkt het
plaatje behoorlijk compleet: er is een
hoofdveld, een tweede veld, een nieuw
trainingsveld, er is was- en
kleedgelegenheid, veldafrastering, een
lichtinstallatie en een kantine alle reden
voor een feestje.
Op zaterdag 31 mei 1980 vond de officiële
opening van de kantine, de nieuwe
kleedgebouwen samen met de ook tot stand
gekomen gymzaal en tennisbanen, plaats. In
een feestelijke optocht van alle sportende
junioren, een afvaardiging van het
gemeentebestuur en het muziekkorps voorop,
werden alle accomodaties aangedaan. 's
Middags waren er kinderspelen en 's avonds
was er gekostumeerd voetbal door
bestuursleden van de plaatselijke
sportclubs.
Jaren 1970-1980
Met dank
aan de
heer Jan
Tuinman.
In
1970
kon,
ondanks
dat de
vereniging
nog niet
compleet
was
ingericht,
toch
worden
begonnen
met
voetballen.
De B- en
C-junioren
mochten
op 22
augustus
het
spits
afbuiten.
De B’s
verloren
hun
eerste
competitiewedstrijd
met 6-0
en de
C’s
zelfs
met
10-1. de
senioren
startten
op 5
september.
Het 1e
elftal
uitkomend
in de 3e
klasse
van de
Friesche
Voetbal
Bond,
had een
goede
start
met een
2-1
winst en
het 2e
elftal
(4e
klasse)
verloor
met 7-0.
Een
aantal
1e-elftalspelers
had de
ambitie
uitgesproken
om dat
eerste
seizoen
bij de
eerste
vier te
eindigen.
De
toenmalige
trainer
vond die
ambitie
niet
realistisch.
Hij vond
dat
zulks
niet
mogelijk
was
omdat
een
aantal
1e-elftal-spelers
nooit
eerder
hadden
gevoetbald
en men
de
kracht
van het
eigen
elftal
en die
van de
tegenstanders
nog niet
kende.
Het team
maakte
haar
ambitie
echter
wel waar
door op
de
vierde
plaats
te
eindigen.
Aan dit
resultaat
hadden
ook de
oefenwedstrijden
tegen
gelijkwaardige
tegenstanders
bijgedragen.
Drie
werden
er
gewonnen
en met
één
doelpunt
verschil
verloren.
Met goed
voetbal
en een
grote
inzet
werd
bovendien
een
toernooi
in
Menaldum
gewonnen.
Men had
zelfs zo
de smaak
te
pakken
dat men
meedeed
aan een
zaalvoetbaltoernooi
in
Heerenveen
en de
vier
wedstrijden,
op één
avond,
achter
elkaar
speelde.
SSS 2 en
SSS 1b
werden
in de
competitie
laatste
en de
C’s
bereikten
de
vijfde
plaats.
Geen
denderende
resultaten
dus in
het
eerste
competitieseizoen,
maar wel
uitermate
leerzaam.
Welke
resultaten
daarna
werden
bereikt
wordt
hierna
beschreven.
Vooraf
wel even
de
waarschuwing
dat niet
alles
bewaard
is
gebleven
en de
beschrijving
dus niet
volledig
kan
zijn. De
belangrijkste
of meest
opmerkelijke
resultaten
kunnen
echter
wel
worden
genoemd.
Het
tweede
competitiejaar,
1971/1972,
bracht
SSS zes
teams in
het
veld.
Dat
waren
drie
seniorenelftallen,
een
B-juniorenteam,
een
C-juniorenteam
en een
A-pupillenteam.
In een
jaar
tijd een
flinke
ledengroei.
Bovendien
speelde
een deel
van het
1e
elftal
mee in
de
zaalvoetbalcompetitie
de
Waddenhal
in
Harlingen.
Voetbal
leefde
dus in
Marssum.
Voor wat
het 1e
elftal
betrof,
bleek
dat ook
uit de
resultaten.
Zij won
het
SSS-toernooi
en
zegevierde
opnieuw
bij het
Foarút-toernooi.
Bovenal
leverde
het
vlagenschip
van de
vereniging
een
formidabele
prestatie
door in
de
veldcompetitie
als 2e
te
eindigen
met
slechts
twee
punten
achter
de
kampioen
en
liefst
negen
punten
voorsprong
op
nummer
2.
Hierdoor
promoveerde
zij van
de 3e
naar de
2e
klasse.
Het
zaalvoetbalteam
leverde
eveneens
een
prima
prestatie
door als
tweede
te
eindigen
met één
punt
achterstand
op de
kampioen.
De B’s
werden
laatste
in de
eindrangschikking,
het 2e
elftal
behaalde
de
vijfde
plaats
en de
C-junioren
werden
vierde.
Na het
spelen
van de
slechts
vier
wedstrijden
werd SSS
3 uit de
competitie
teruggetrokken.
Dat
moest
wel
gebeuren
omdat er
bij
voortduring
te
weinig
spelers
beschikbaar
bleken
te zijn.
En dat
fenomeen
zagen we
daarna
regelmatig
terugkeren.
Bij de
start
van het
seizoen
1972/1973
waren er
weer
twee
teams
bijgekomen,
namelijk
een
A-juniorenelftal
en een
B-pupillenteam.
In twee
jaar
tijd een
groei
van vier
naar
acht
teams,
niet
slecht
dus.
Opvallend
was dat
SSS 2 en
3 in
dezelfde
competitiegroep
waren
ingedeeld.
Daarmee
dringt
zich
meteen
de vraag
op hoe
zij
onderling
speelden.
SSS 2 –
SSS 3
eindigde
in 8-2,
van de
terugwedstrijd
is geen
uitslag
bekend.
Wel
wordt in
een
brief
van de
clubstrafcommissie
gesproken
over
ongeregeldheden
tijdens
de
wedstrijd.
SSS 1
ging
weer
voortvarend
van
start.
Vóór de
competitiestart
had zij
al haar
eerste
toernooiwinst
geboekt.
Voor dit
elftal
was het
opnieuw
een
uitstekend
toernooi:
zij
behaalde
weer de
2e
plaats,
nu met
slechts
1 punt
achterstand.
Het
tweede
elftal
leverde
een
opmerkelijke
prestatie
door
kampioen
te
worden.
Zes
punten
meer dan
nummer
twee en
nog
opmerkelijker:
maar
liefst
83
doelpunten
meer.
SSS 3
werd
zesde
van de
negen,
de
A-junioren
vijfde,
terwijl
de
B-junioren
an
A-pupillen
laatste
werden
en de
B-pupillen
voorlaatste.
Voor het
seizoen
1973/1974
waren
weer
acht
teams
aangemeld,
nu een
4e
elftal
inbegrepen.
SSS 1
kwam
alweer
goed
voor de
dag met
de 3e
plaats,
1 punt
achter
nummer
twee.
Het 2e
elftal
kon het
niet
bolwerken
en werd
voorlaatste,
SSS 3
werd
vijfde,
de A- en
B-junioren
bezetten
een
verdienstelijke
3e
plaats
en de A-
en
B-pupillen
bereikten
een
prima 4e
plaats.
Het
elftal
werd
volgens
verwachting
laatste.
Dat was
voornamelijk
te
wijten
aan het
chronisch
spelersgebrek.
SSS 1
won het
eigen
toernooi
en de
B-pupillen
zegevierden
bij het
toernooi
voor de
gemeentelijke
clubs.
Voor het
seizoen
1974/1975
werden
weer
acht
teams
ingeschreven,
maar nog
vóór de
start
van de
competitie
werd het
4e
elftal
teruggetrokken.
Reden:
inderdaad,
gebrek
aan
spelers.
Dit was
wel een
jaar van
mindere
resultaten.
SSS 1
werd
vijfde,
het 2e
en 3e
elftal
en de
B-pupillen
werden
voorlaatste,
de
A-junioren
zevende
en de
C-junioren
laatste.
Alleen
de
A-pupillen
presteerden
naar
behoren
met een
vierde
plaats.
Ook het
seizoen
1975/1976
leverde
niet de
gewenste
resultaten
op. SSS
1 en 2
werden
zesde,
SSS 3 en
de A- en
B-pupillen
laatste
en de
A-junioren
opnieuw
zevende.
De
B-junioren
zegevieren
wel
grandioos
bij een
toernooi.
SSS 1C
werd een
goede
vierde
in de
competitie.
Er
speelden
nu twee
zaalvoetbalteams,
waarvan
het 1e
als
tweede
eindigde
en het
2e als
voorlaatste.
1976/1977
leverde
kampioenschappen
op voor
onze
C-junioren
en
E-pupillen.
D1 werd
vijfde,
1A
zesde,
SSS 3
zevende,
SSS 2
achtste
en SSS 1
negende.
Het
zaalteam
belandde
op de
vierde
stek.
Ergo: 2
hoogtepunten,
3
gemiddelde
scores
en 3
dieptepunten.
Ook dat
is
voetbal.
Na
afloop
van het
competitiejaar
1977/1978
kon de
volgende
balans
worden
opgemaakt:
de
E-pupillen
een
gedeelde
1e/2e
plaats
en een
vierde
plaats
voor
SSS3.
Overige
resultaten
staan
jammer
genoeg
niet te
boek.
In het
seizoen
1978/1979
ging het
over de
hele
linie
veel
beter.
SSS 1
eindigde
als 6e,
SSS2 als
2e, SSS
3 als
4e, 1A
als 6e,
1C en 1D
als 4e
en E1
werd
gedeeld
2e/3e.
De
F-pupillen
werden
kampioen
in de
dorpencompetitie
en SSS 1
won weer
eens het
eigen
toernooi.
Nog weer
beter
ging het
in het
seizoen
1979/1980.
Er waren
maar
liefst
drie
kampioenen:
het 2e
elftal,
de D's
en SSS
E1. Een
gedeelde
tweede/derde
plaats
was er
voor E2,
1B
behaalde
een
vierde
plaast
en 1C
werd
zesde.
Het
eerste
elftal
werd
slechts
negende,
het 3e
achtste.
Jaren 1980-1990
Met dank aan de heer Jan Tuinman.
In het voetbaljaar 1980/1981 werd SSS 1 winnaar van een erg sterk bezet toernooi. D2 werd reekskampioen. Voor D1 sprong er één overwinning nogal ut: 16-0. ook hier ontbreekt een verder overzicht.
Het seizoen 1981/1982 leverde de spelers van D1 een reekskampioenschap op. Bovendien zegevierden zijn op twee toernooien. De C-junioren bleven niet achter; ook zij realiseerden een reekskampioenschap.
1982/1983 werd het oprichtingsjaar van de veteranenploeg. Het team werd vanwege de verre reizen niet aangemeld voor deelname in de reguliere veteranencompetitie, maar kwam uit in de 4e klasse. De B-junioren werden kampioen en D2 kwam op een gedeelde 1e/2e plaats. Toernooiwinst was er voor D1 bij het eigen toernooi.
1983/1984 was het jaar van de B- en C-junioren. Ook nu werden de B’s weer kampioen. De C-junioren overtroffen alle verwachtingen door de vierde ronde van de provinciale bekercompetitie te bereiken. Ook eisten ze de gemeentelijke titel op.
In het seizoen 1984/1985 zegevierden de B’s bij twee toernooien en werden tweede bij een ander toernooi. De E’s behaalden bij hun toernooien een 1e en twee 2e prijzen. De veteranen, uitkomend als 4e elftal werden tweede in de competitie.
Het seizoen 1985/1986 had voor de B-junioren alweer een toernooizege, in eigen dorp, in petto. Het 2e elftal bereikte de tweede plaats in de competitie, met een achterstand van maar één punt.
In de competitie 1986/1987 leverden de veteranen uitstekende prestaties. De oudjes weren herfstkampioen en behaalden in de lentereeks de tweede plaats. De F-pupillen werden eveneens herfstkampioen en de A-junioren veroverden de gemeentelijke titel.
Ook het seizoen 1987/1988 waren er weer kampioenen: SSS 2, dat daardoor promoveerde naar de reserve 2e klasse en de B’s die herfstkampioen werden. De B-junioren bereikten bovendien de halve finale in de bekercompetitie, een prestatie van niveau. In deze halve finale speelden zij 1-1, maar verloren bij het nemen van de strafschoppen.
Voor de competitie 1988/1989 mag worden gezegd dat het er één was van zeer wisselende resultaten SSS 3, 1F en de veteranen werden in hun voorjaarsreeksen tweede. Een vierde plaats was er voor de B-junioren en de D- en E-pupillen. Het 1e elftal werd slechts achtste en de C-junioren en het 2e elftal laatste. Het 2e elftal degradeerde daardoor naar de 3e klasse.
In het seizoen 1989/1990 had SSS 2 zich al weer herwonnen. Zij werden kampioen en keerden daarmee terug naar de reserve 2e klasse. De E-pupillen werden voorjaarskampioen, de B’s en C’s werden tweede in de lentereeksen. De D’s eisten de vierde plaats op, SSS 1 werd achtste en SSS 3 en 4 laatste. Het 1e elftal zegevierde weer eens bij het thuistoernooi en de D-pupillen waren de overwinnaars van het gemeentelijke D-toernooi.
Jaren 1990-2000
Met dank aan de heer Jan Tuinman.
Na een uitermate spannende competitie 1990/1991 bereikte SSS 1 de tweede plaats in de eindrangschikking. De D- en F-pupillen werden herfstkampioen. Bovendien werden de D’s ook nog eens voorjaarskampioen. Zij bewezen over een topteam te beschikken, want in de bekercompetitie zaalvoetbal bezetten zij de 4e plaats. Daarnaast werden ze overwinnaar van het SSS-toernooi. Het veteranenelftal speelde dit jaar in de 35+ competitie.
In het seizoen 1991/1992 ging het 1e elftal op herhaling. Zij werden opnieuw tweede in de competitie. Terecht legden zij ook beslag op de gemeentelijke titel. Het 2e elftal had een slecht seizoen en degradeerde. De C-junioren veroverden een 1e prijs bij een toernooi.
Het verging SSS 1 in het seizoen 1992/1993 aanmerkelijk slechter dan het jaar ervoor; dit lag niet zozeer aan het spel als wel aan de vele blessures. Een achtste plaats werd haar deel. Dat het geen gebrek aan kwaliteit was, bewezen ze door opnieuw de gemeentelijke titel in de wacht te slepen. Bij het 2e elftal was sprake van het jojo-effect. Na het debacle van het voorafgaande jaar werden zij nu weer netjes kampioen. SSS 3 werd derde in de voorjaarsreeks; in de herfstreeks bleven ze aan de kant staan wegens te weinig spelers. SSS 4 werd in de najaarsserie vierde en in de voorjaarsreeks derde. De A’s waren laatste in de herfstreeks en behaalden in de laatste in de lentereeks de vierde plaats. De D-pupillen werden derde in de herfst en laatste in de lente.
In de competitie 1993/1994 werd het 1e elftal net als het jaar voordien slechts achste. Het 2e moest wegens omstandigheden uit de competitie worden teruggetrokken. SSS 3 werd derde en de veteranen werden zesde. De D’s zorgden voor een reekskampioenschap en de F-jes voor een tweede plaats.
1994/1995 leverde SSS 3 een herfstkampioenschap op. Het 1e elftal stelde opnieuw teleur door laatste te worden, waarmee degradatie naar de 3e klasse een feit werd. De veteranen, nu SSS 2, eindigden als zesde. De D-pupillen werden tweede.
Het seizoen 1995/1996 bracht SSS 1 een zesde plaats. Het 2e elftal deed het zeer goed met een tweede plaats in zowel najaars- als de voorjaarscompetitie. Het 3e elftal behaalde een zevende respectievelijk vijfde plaats. Het damesteam eindigde in beide series op de onderste plek, terwijl de D-pupillen een zevende plaats in hun volledige jaarcompetitie behaalden. SSS 2 won haar eigen toernooi.
Het seizoen 1996/1997 was een slecht SSS-jaar. Het 1e en het 3e elftal kwamen op plaats 9, het damesteam en de F-jes werden zevende (1e reeks) en de laatste (2e reeks). Alleen het 2e elftal kwam goed naar voren met een derde plaats. Zijn wonnen opnieuw hun eigen toernooi.
Op het einde van het tijdvak 1997/1998 stond het vlaggenschip op de onderste plaats. Met slechts 2 punten uit 22 wedstrijden, een diepte punt in de historie van het 1e elftal. SSS 2 deed het prima met een derde plaats en SSS 3 behaalde een zesde plaats. Het 4e elftal had geen goed resultaat met met een negende plaats in beide reeksen bezetten de B-junioren de derde plaats, de E's waren in de najaarsreeks als laatste geëindigd en werden vijfde in de voorjaarsreeks. De F-jes, gestart na de winterstop, werden meteen vliegend kampioen